donderdag 3 november 2016

La trêve - Belgische topfictie op het scherm

Hoewel ik een grote filmliefhebber ben, zijn series vaak niet aan mij besteed. Meestal duren ze te lang, verzwakt de verhaallijn gedurende de seizoenen of gebeuren er - naar mijn mening - te veel ongeloofwaardige dingen. Ik ben dus ook één van die zeldzame mensen van mijn generatie die het maar 2 seizoenen volgehouden heeft om naar Game of Thrones te kijken. Jawel. Na dat tweede seizoen was ik de geweldadige scènes en machtsspelletjes van Joffrey, Ceresei, Daenerys en co beu.

De Belgische Franstalige serie La trêve telt maar 10 afleveringen. Ongeduldige kijkers zoals ikzelf hoeven dus niet al te lang op hun honger te blijven zitten. Daarbij trakteert Canvas ook steeds op 2 afleveringen na elkaar. Ideaal. 


Uiteraard kijk ik niet alleen uit onbenullige praktische overwegingen, maar vooral omdat La trêve een ijzersterk verhaal heeft. In een fictief dorpje (Heiderfeld) in de Belgische Ardennen wordt een Afrikaanse man, Driss Assani, vermoord. Hij wordt opgevist uit de Semois. Niemand lijkt echt om hem zijn dood te geven, en daarom bijt inspecteur Yoann Peeters zich vast in de zaak. Zijn overste wil de zaak snel seponeren als zelfmoord, maar er is meer aan de hand. Veel meer. 

De personages passen in een typische dorpsmentaliteit. De jeugd geeft zich over aan drank en drugs om de verveling tegen te gaan, de burgemeester probeert de boeren te overtuigen om hun grond af te staan voor de aanleg van een stuwdam, er is een dorpsgek in een caravan en de plaatselijke voetbalclub houdt er vreemde voetbalmatchen op na. Verder zijn er ook nog de dreigende bossen, waarin vanalles gebeurt dat het daglicht niet mag zien. Het levert prachtige, mysterieuze beelden op.



Het verhaal over de moordzaak wordt afgewisseld met flash-backs. We krijgen inspecteur Peeters ook te zien in een psychiatrie. Het verleden speelt hem parten. Wat is waarheid, wat is verzinsel? De kijker wordt voortdurend op het verkeerde been gezet.


Het acteerwerk is van topniveau. Ondanks de zware thematiek, slagen de acteurs erin om af en toe wat subtiele humor in het verhaal te brengen. Met dank aan Vlamingen Tom Audenaert en Sam Louwyck, die ook in het Frans puik hun personages neerzetten.

De soundtrack is van de West-Vlaamse groep Balthazar en past perfect bij de bevreemdende sfeer van de serie.  Om eindeloos op repeat te zetten.

Nieuwsgierig geworden? Je kan La trêve gratis bekijken op de site van Canvas. Laat maar weten wat je ervan vindt...

zondag 16 oktober 2016

Schrijftips van Jonathan Safran Foer

Op donderdagavond 13 oktober was de Amerikaanse topauteur Jonathan Safran Foer te gast in de Gentse Vooruit. Mijn ticket was al maanden tevoren geboekt. Terecht, zo bleek, want de lezing was in een mum van tijd uitverkocht. Annelies Beck interviewde hem over zijn nieuwste boek Here I Am en over het schrijven in het algemeen. Het 720-koppige publiek luisterde stil en genoot van deze grappige, intelligente en bescheiden schrijver. En ik probeerde zoveel mogelijk schrijftips te onthouden.


Tip 1: 'There was a dinosaur at the back of his t-shirt'
Inspiratie is een gek beestje. Toen Foer tijdens het ontbijt aan zijn zoon vroeg om vijf soorten dinosaurussen op te noemen (dit soort spelletjes doet hij vaak met zijn kinderen), vroeg zijn zoon of hij die vraag stelde omdat er een dinosaurus op de rug van zijn t-shirt stond. Foer ontkende, want hij had de dino niet gezien. Maar uiteraard wist hij dat hij de dinosaurus onbewust wel gezien moest hebben. Zo werkt inspiratie soms het best: onbewust.

Tip 2: 'The bird is not an ornithologist'
Foer krijgt vaak vragen over het schrijverschap. Hoe voelt het? Hoe heeft nagedacht over de stijl, het plot, etc.? Maar de waarheid is dat hij tijdens het schrijven geen rekening houdt met dergelijke vragen. Hij probeert niet na te denken over vragen als 'Is dit interessant, grappig, slim, saai? Is dit goed?'. Hij schrijft gewoon, zonder zichzelf te analyseren.  De schrijver is geen schrijfexpert, zoals een vogel geen ornitholoog is.

Tip 3: 'I have two files'
Hoewel Foer de indruk wekte dat hij vrij ongeremd was tijdens het schrijven, ontkende hij niet dat het hard werken is. Tijdens het schrijven heeft hij twee bestanden open staan: eentje met de naam novel en de ander bestand waar hij onbruikbare dingen in noteert (dat op termijn de naam vast krijgt, omdat het groter wordt dan de roman). Het is geen schande om dingen naar de prullenmand te verwijzen. Ook heeft hij 's avonds in bed, net voor het moment dat hij in slaap gaat vallen, vaak een geniaal idee. Dan staat hij op om het te noteren. Negen van de tien keer blijkt zo'n idee toch niet zo geniaal te zijn. Maar da's niet erg.

Jonathan Safran Foer heeft ongetwijfeld nog meer tips geven die me intussen al ontglipt zijn, maar deze prikkelden me het meest. Tegelijk heb ik ook heel veel zin gekregen om Hier ben ik te lezen.

Een bomvolle zaal in de Vooruit. Wie kan ons vinden?

zondag 9 oktober 2016

Een interview met Eveline Vanhaverbeke

Enkele jaren geleden googelde ik eens, tijdens mijn eeuwige zoektocht naar nieuwe lectuur, de woorden "auteur" en "leerkracht". Zo kwam ik op de site van Eveline Vanhaverbeke terecht. Een docente Frans uit West-Vlaanderen met een voorliefde voor historische en spannende romans. Terwijl ze in De verborgen prelude (2013) de lezer nog op zoek liet gaan naar een muziekstuk van Chopin, gaat ze in haar meest recente roman Vergeten dagen (2015) veeleer de psychologische toer op. Een trauma uit het verleden houdt een heel dorp in de ban.

Maar wie is Eveline Vanhaverbeke eigenlijk? We vonden het hoog tijd om haar eens aan het woord te laten.



Wie zijn je literaire voorbeelden?
Literaire voorbeelden onder de vorm van favoriete auteurs heb ik niet. Wel heb ik door de jaren heen boeken gelezen waarvan ik dacht: Ik wilde dat ik dit boek had geschreven. Boeken waarvan ik ondersteboven was. Zo zijn er enkele romans die ik elk jaar herlees omdat ik er blijf van genieten. Door de jaren heen heb ik echter geleerd dat ik niet zomaar mag aannemen dat een geniaal boek noodzakelijk betekent dat ik elk boek van die bewuste auteur ook goed zal vinden. Het is me vroeger al te vaak overkomen dat ik na het lezen van een meesterwerk zonder nadenken een volgend boek van diezelfde auteur ging kopen. En dan viel de leeservaring soms tegen.

Heb je schrijfrituelen? Welke?

Aangezien schrijven niet mijn hoofdberoep is, moet ik het doen tijdens gestolen momenten. Ik heb een veeleisende job en een gezin met drie kinderen. Het komt erop aan zo efficiënt mogelijk mijn tijd in te delen zodat er hier en daar eens een uurtje of een half uurtje vrijkomt om te schrijven. Ik heb dan ook geen vaste rituelen die me kunnen leiden aangezien de structuur ontbreekt. Ik ga gewoon zitten, sla mijn laptop open, herlees de pagina’s die min of meer afgewerkt zijn en ga daarna verder.

Welke karaktertrekken van jezelf zijn terug te vinden in de personages uit Vergeten dagen?

Er zit heel wat van mezelf in de hoofdpersonages uit Vergeten dagen. Dat heb ik zelf pas ontdekt toen ik het boek af had. Ik was me er tijdens het schrijven niet van bewust. Toch kan ik niet zomaar onder woorden brengen over welke kenmerken het precies gaat. Het zijn deeltjes van mijn karakter, fragmenten uit eigen ervaringen en flitsen van overtuigingen die verwerkt zitten in de persoonlijkheden van mijn personages, maar geen enkel personage valt compleet samen met wie ik zelf ben.

In mijn recensie vergeleek ik Vergeten dagen met Les âmes grises (Grijze zielen) van Philippe Claudel. Een terechte vergelijking volgens jou?

Toen ik de bewuste recensie las, moest ik in elk geval wel glimlachen. Ik had het verhaal uit Les âmes grises namelijk wel degelijk in gedachten toen ik de plot van Vergeten dagen uitgewerkt heb. De roman is een soort vertrekpunt geweest voor mijn inspiratie. Zowel de opbouw van de plot, de vertelstijl als de inhoud van Vergeten dagen zijn uiteindelijk erg verschillend van die van Les âmes grises, maar blijkbaar heb jij op de een of andere manier aangevoeld welke bron me initieel gevoed heeft.

Hoe zie je jezelf evolueren als auteur?

Eigenlijk heb ik zelf geen idee waar ik zal uitkomen in mijn carrière als auteur. Ik ben begonnen met het schrijven van twee gelijkaardige historische romans. Daarna had ik ineens geen zin meer om de historische toer op te gaan en koos ik voor een hedendaagse spannende psychologische roman. Nu ben ik aan het werken aan een roman die nog meer de psychologische kant uit gaat, zonder het spanningselement. Dit soort verhaal is wat ik op dit moment het liefste schrijf, maar ik besef dat ik binnen enkele jaren misschien zal beslissen om weer iets totaal anders te gaan doen. Een auteur moet in de eerste plaats het boek schrijven dat hij zelf graag zou lezen. Als lezer ben ik geëvolueerd. De auteur in mij is gevolgd.

Welk advies zou je geven aan iedereen die een schrijfdroom achterna jaagt?

Ik zou zeggen: Ga ervoor. Probeer het in elk geval. Denk niet zomaar dat het toch nooit zal lukken. De kans dat je opgepikt wordt door een uitgever is inderdaad klein. Daar moet je realistisch in zijn. Er wordt gezegd dat 1 op de 100 manuscripten uitgegeven wordt. Volgens sommigen is het zelfs nog een pak minder. Dat is weinig, maar als je je daardoor laat ontmoedigen, dan zul je nooit weten of het je misschien toch gelukt was. Laat je ook niet ontmoedigen door de afwijzing van je eerste manuscript. Begin opnieuw en probeer het een tweede keer. Veel grote schrijvers werden ook eerst afgewezen. Doorzetten is dus de boodschap want schrijven is een vaardigheid die net zoals andere vaardigheden ingeoefend moet worden. Talent is de basis van waaruit je kunt vertrekken, maar daarna komt het erop aan dat je oefent, elke dag, om langzaam beter te worden.
 
Bedankt voor dit interview, Eveline!



vrijdag 7 oktober 2016

Pennenstreek


Het was zomer en ik was dertien jaar. Met blote voeten liep ik over het kiezelstrand. Het was opletten geblazen voor glasscherven van achtergelaten bierflesjes. Die kwamen vast en zeker van de oudere jongens die ik op de camping gezien had. Met hun blote bovenlijven, harde muziek en zelf gerolde sigaretten waren ze alles waar ik nog niet te veel van afwist.

Een meisje zoals Roswitha kon het veel beter aan boord leggen. In een rafelige jeansshort die net tot onder haar billen kwam, liep ze hen altijd paraderend voorbij. Soms boden ze haar een drankje aan, soms een ritje naar de duinen. Ik had geen idee wat ze daar deden. Roswitha zei er ook nooit iets over, behalve dan dat ik het niet aan mama en papa mocht vertellen. Alsof het onze ouders iets kon schelen. Vader lag hele dagen te suffen onder zijn krant, terwijl moeder vanachter de gordijnen van onze stacaravan nauwlettend de andere kampeerders in de gaten hield. Zij zou, zoals elke keer, de enige zijn die even bleek als voor de vakantie naar huis zou gaan.

Ik bracht mijn dagen door met Kafka. Onze grote witte hond die als één brok snoezigheid door de camping stuiterde. Hij maakte het me aanzienlijk makkelijker om met andere meisjes in contact te komen. Kafka genoot van zoveel aandacht. Stiekem was ik een beetje jaloers op hem. Hoe simpel kan het leven zijn, als je je alleen maar zorgen hoefde te maken over hondenbrokken en wandelingetjes. 

Ik hield halt boven de klif. De kiezels prikten, net zoals mijn ogen. Moeizaam liet ik de dode Kafka uit mijn handen glijden, de zee in. Roswitha legde haar hand op mijn schouder, haalde haar neus op. 
'Gaat hij nu wegdrijven naar de hemel?' vroeg ik.
'Het belangrijkste is dat hij daar beneden in orde is,' antwoordde Roswitha en aan haar stem hoorde ik dat ze weer glimlachte.

De eerste en de laatste zin zijn niet van mij, ze komen uit het jeugdboek 'Het ijskoude paradijs' van Jana Frey. Sinds kort maak ik schrijfoefeningen met twee vrienden. De opdracht was om een boek open te slaan, een beginzin van een hoofdstuk en een slotzin van een ander hoofdstuk over te schrijven en een verhaal te verzinnen tussen deze twee zinnen. 

In de laatste zin paste ik toch 1 woordje aan. 
Wie voelt zich geroepen om dit ook eens uit te proberen? Een beetje vals spelen mag...

zaterdag 1 oktober 2016

La dame aux camélias

Het is intussen al oktober - toch las ik dit boek grotendeels in september. Niet in één keer zoals ik gehoopt had, maar in stukjes. 



La dame aux camélias (1848) van Alexandre Dumas fils is een negentiende-eeuwse klassieker die verrassend vlot leest. Dat komt vooral door de spitsvondige dialogen, de snel opeenvolgende acties en de brieven die afgewisseld worden met het verhaal.

De roman begint met de dood van Marguerite Gauthier, een bekende Parijse courtisane. Iedereen kende haar en tegelijk lijkt niemand om haar te geven. Haar torenhoge schulden zorgen ervoor dat na haar dood al haar luxegoederen te koop staan. De Parijse beau monde verlustigt zich aan zoveel openbaarheid: iedereen neemt een kijkje in haar appartement, iedereen wil weten hoe ze leefde. 

Ook een naamloze verteller struint rond in het appartement. Tijdens zijn bezoek ontmoet hij Armand Duval, een jongeman die beweert dat hij de enige was die werkelijk van Marguerite hield. Hij blijft ontroostbaar achter en vertelt ons zijn liefdesgeschiedenis met Marguerite, die hij heeft leren kennen in de opera als "de dame met de camelia's". Witte bloemen als ze beschikbaar was, rode wanneer ze onwel (versta: ongesteld) was.

De roman geeft een boeiende inkijk in de Parijse bourgeoisie en het nachtleven van toen. Een wereld van hypocrisie, geldproblemen, gokken, ziekte en lust die een anderhalve eeuw later nog steeds herkenbaar is. Tegelijkertijd wil Dumas de lezer een lesje leren, namelijk dat goedheid en liefde ook bij een prostituee gevonden kunnen worden. Het oppervlakkige beeld van Marguerite krijgt steeds meer diepgang. Ze wordt geleidelijk aan une courtisane au grand coeur. De naïviteit van de verliefde Armand blijkt uiteindelijk een rotsvast geloof in de puurheid van de mens te zijn.

Op Wikipedia staat dat Dumas' roman autobiografisch is: het verhaal zou gebaseerd zijn op zijn relatie met Marie Duplessis. In hoeverre dat klopt kan een lezer uiteraard nooit achterhalen, maar het levert in ieder geval wel een doorleefd verhaal op. Geen wonder dat Verdi er met La traviata ook een opera van maakte.

La dame aux camélias kan je trouwens gratis downloaden via Tv5Monde. Er bestaat ook een Nederlandse vertaling bij uitgeverij Aspekt.



P.S.: Lees hier en hier welke Franse boeken Jannie en Marloes lazen in september!






zondag 11 september 2016

Le bleu est une couleur chaude

Even geleden zag ik op Canvas de film La vie d'Adèle. Ik had gehoord dat de film een Gouden Palm gewonnen had, wist zelfs dat Saskia De Coster erin figureerde. Maar zoals altijd ontdek ik de hype een beetje later. Wat te denken van deze film, over een lesbische relatie, met vaak zeer expliciete scènes? Eerlijk gezegd vond ik het best wel een sterke film, heel goed geacteerd, met interessante vragen die opgeroepen werden. Ook het einde triggerde me wel. Verder was ik aangenaam verrast dat het verhaal zich in Lille afspeelde, waar ik twee jaar gewerkt en een half jaar gestudeerd heb. Herkenning en vervreemding.


Dus wilde ik ook het boek lezen waarop de film gebaseerd was. Of beter: de graphic novel. Het was van mijn studententijd geleden dat ik nog een graphic novel las, deze was een verademing. Al weet ik niet zeker of ik sommige dingen even goed begrepen zou hebben als in de film. Da's nu eenmaal mijn probleem met graphic novels: de beelden spreken soms voor zich en dat moet je meenemen in je lezing. Niet altijd even evident voor zo'n letterstaarder als ik...

Waarover gaat het?

‘Mijn blauwe engel Hemelsblauw Blauw als rivieren Bron van het leven...’ Het leven van Clémentine verandert ingrijpend wanneer ze Emma ontmoet, een meisje met blauw haar, dat haar laat kennismaken met alle facetten van de begeerte. Ze stelt haar in staat om eindelijk de blik van de anderen te trotseren. Julie Maroh vertelt ons dit verhaal met een typisch vrouwelijke tederheid en zonder enig voyeurisme. Op de pagina’s van haar dagboek beschrijft Clémentine hoe de twee meisjes samen ontdekken wat liefde en gevoelens inhouden. Een teder en gevoelig verhaal, overweldigend en verontrustend tegelijk. Een aangrijpende graphic novel over een leven dat op zijn kop gezet wordt door de liefde Deze strip heeft de prijs van het publiek in Angoulême 2011 gewonnen. (flaptekst)
 
Zonder al te veel weg te geven kan ik wel zeggen dat de graphic novel van Julie Maroh op enkele fundamentele punten niet overeenkomt met de film. Welke versie is beter: boek of film? Eerlijk gezegd vind ik het open einde van de film veel suggestiever en dus interessanter voor het verhaal. De psychologische kwesties waarmee de personages worstelen komen in het boek soms wat melodramatisch over, terwijl dit in de film prima opgevangen werd door de goede actrices.

Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik Le bleu est une couleur chaude niet zou aanraden. Het blijft een gevoelig verhaal en de tekeningen zijn een absolute meerwaarde! Van grijs naar blauw, wanneer Emma in Clémentines leven komt.

Eind augustus bezocht ik eerder toevallig het stripverhalenmuseum in Brussel. Daar trof ik enkele originele tekeningen aan van Julie Maroh, die blijkbaar beeldverhaal gestudeerd heeft aan Sint-Lukas. Een mooie ontdekking!



woensdag 7 september 2016

L'arbre du pays Toraja

Het was alweer een tijdje geleden dat Philippe Claudel - naast schrijver ook filmmaker - nog een roman uitgebracht had. Met De quelques amoureux des livres, zijn persoonlijke ode aan lezen en schrijven (nog niet vertaald), schonk hij zijn lezers in 2015 wel een leuk tussendoortje, maar het was - wat mij betreft - toch vooral tandenknarsend wachten op het 'echte' werk.


Dat kwam er dit jaar, met L'arbre du pays Toraja. De Nederlandse vertaling De boom in het land van de Toraja (De Bezige Bij) volgde snel. Als je de bladeren en de takken van de boom op het omslag wegduwt, stap je meteen in het universum van Claudel: een wereld waarin het leven en de dood hand in hand gaan. De verteller neemt ons mee naar het eiland Sulawesi in Indonesië, waar de inheemse bevolking, de Toraja, vroeg overleden kinderen niet begraven in de grond maar in een boom. Op die manier zakken de doden niet weg, maar zijn ze voedsel voor de boom die naar de hemel toegroeit. Wanneer het hoofdpersonage, ook een filmmaker, drie dagen later terugkeert naar Frankrijk, vertelt zijn beste vriend Eugène dat hij kanker heeft. Maar onze regisseur hoeft zich geen zorgen te maken, zo verzekert Eugène hem: de kanker is maar in de beginfase en na een operatie zal alles weer gaan zoals normaal. Een iets te optimistische visie zo blijkt, want nog in hetzelfde jaar sterft Eugène. 

Alweer een zwaar thema waarbij je een intriest verhaal verwacht, zoals in Rivier van vergetelheid of Alles waar ik spijt van heb, maar Claudel benadert het deze keer anders. Geen mist, geen industriële achtergrond, geen verlaten café's. Eugènes dood is voor de verteller wel een aanzet om na te denken over het leven, de liefde en vriendschap. Wie dus een roman verwacht met een ingenieuze plot (zoals Het verslag van Brodeck), zal misschien op zijn honger blijven zitten. Wie echter graag meemijmert met de naamloze verteller, die overigens veel wegheeft van Claudel zelf, zal het zich niet beklagen. 

De mooiste scènes zijn de passages waarin de verteller een vrouw observeert vanuit het venster van zijn appartement. Ze woont een paar verdiepingen lager. Wanneer ze 's avonds thuiskomt van haar werk en zich omkleedt, fantaseert hij een heel leven voor haar. Wat later ontmoet hij haar in een piepkleine dokterskamer. Het vogelperspectief is plots een big close-up geworden. Daar waar hij eerst maar contouren van haar zag, ruikt hij nu plots haar adem.

Het is, denk ik, de eerste keer dat Claudel zijn cinematografische capaciteiten op een mooie manier loslaat in een roman. Een recept dat werkt. Een recept van een dubbeltalent.