vrijdag 30 mei 2014

On my reading desk: Gijs IJlander en Eric de Kuyper

Zelfs bloemen verbleken voor deze grote literatoren!
Het verlengde weekend is een uitgelezen (ha!) kans om nog eens weg te duiken in enkele verse boeken. In een blogpost over mijn shelfie had ik het al over de fantastische Gijs IJlander. Ik ontdekte deze Nederlandse schrijver toen ik voor een onderzoeksproject op zoek was naar Nederlandstalige literatuur met verwijzingen naar het werk van Gustave Flaubert. In Een fabelachtig uitzicht wordt het verhaal verteld vanuit het perspectief van een opgezette eekhoorn, die gelijkenissen vertoont met Flauberts papegaai in het korte verhaal Un coeur simple. De subtiliteit, de humor en de stilistische zuiverheid van IJlander hebben toen een onvergetelijke indruk achtergelaten. In Vergeef ons onze zwakheid, zijn recentste roman, wordt een man verdacht van een moord. Hij vlucht naar een Schots eiland, waar een aangespoelde walvis hem opnieuw met vragen over leven en dood confronteert. Klinkt een beetje bizar, maar mijn nieuwsgierigheid wordt er niet minder om.
(bron)

Eric de Kuyper

De tweede schrijver waarmee ik het weekend zal doorbrengen, is Eric de Kuyper. Tot mijn schaamte las ik nooit eerder iets van de man, en tot mijn grotere schaamte heb ik zelfs nog een ongelezen roman van zijn hand in mijn boekenkast teruggevonden. Hoog tijd dus om hier iets aan te doen! In Drie zusters in Londen heeft hij het over zijn familie die tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Londense Cannon Street Hotel  verblijft. De oorlog wordt buiten de muren van het prestigieuze hotel gehouden (meer info over het hotel hier). Hoewel we tegenwoordig om de oren worden geslagen met romans over de Eerste Wereldoorlog, klinkt dit best wel veelbelovend.


Wat zijn jullie plannen voor het weekend?

vrijdag 23 mei 2014

Mijn lezend leven in notitieboekjes

Vandaag was er een teamdag op het werk. Verschillende activiteiten en workshops werden door ijverige collega's op poten gezet met de bedoeling om elkaar beter te leren kennen. Dat is zeker gelukt.

De opdracht voor de eerste workshop was simpel. Je moest een persoonlijk object meebrengen en daarover iets vertellen, nadat de anderen hadden geraden wat jouw object was. Lang heb ik niet getwijfeld over mijn object. Het is brandbaar, beschreven en ik gebruik het sinds mijn kindertijd: een notitieboekje waarin ik elke keer de titel van een net uitgelezen boek opschrijf.


Dat notitieboekje staat intussen al vol, de kaft valt er bijna af, elke bladzijde is beschreven in mijn groot kinderhandschrift (nou ja, ik was geloof ik 11 toen ik ermee begon). Daarna is het handschrift kleiner en rechtlijniger geworden. Het eerste boekje werd dan ook opgevolgd door een groter, steviger exemplaar, waarin ik nu nog steeds noteer. Mijn vriend kent het ritueel. Telkens als ik een gelezen boek met een zucht (van bewondering of afschuw) dichtklap, sta ik op, open mijn boekenkast, en neem ik mijn notitieboekje om de titel en de auteur te noteren. Toen mijn vriend voor een conferentie in Oxford was, bracht hij een bladwijzer en een mooie pen voor me mee, van The Bodleian Library. Voor het boekje, uiteraard.

Mijn lezend leven zit vervat in dat boekje. Zo herinneren de titels van Karel Verleyen en Thea Beckman me aan mijn jeugd, de titels van Middelnederlandse romans me aan mijn studies, en de Franse boektitels doen me dan weer denken aan mijn Erasmusverblijf in Frankrijk. Oké, ik weet dat er nu ook de 'leesnetwerksite' Goodreads bestaat, waarop je hetzelfde doet, maar dat is toch niet hetzelfde. Lang niet alle boeken die ik gelezen heb, zijn op de site terug te vinden. 

En er is nog iets. Wie me een boek cadeau wil geven, kan altijd mijn boekjes raadplegen. Hint hint.

vrijdag 16 mei 2014

De schoonheid van het Nederlands

Sinds kort schrijft de door mij bewonderde schrijfster Ann De Craemer taalblogs voor De Morgen onder de noemer 'Ik hou van taal'. Ze heeft het onder andere over de taalontdekkingen van haar neefje, de subtiliteit van komma's en deinst er ook niet voor terug om eens tegen de schenen van de Dikke Van Dale en Ruud Hendrickx te schoppen.

bronvermelding

Ook ik hou van de Nederlandse taal. In al haar facetten: 'Vlaams' of 'Hollands', geschreven of gesproken, met dialect doorspekt of met een puristische kam glad gestreken. Maar de Nederlandse taal klinkt volgens mij op haar mooist met een exotisch sausje. Als NT2-lerares verwonder ik me dagelijks over het Nederlands van mijn cursisten. De Amerikanen spreken het met een vrolijk zangerig accent, Polen en Russen kleden de taal een beetje uit door lidwoorden weg te laten, Duitsers mixen Nederlands met hun eigen taal en Frans- en Spaanstaligen proberen hun aversie tegen de voor hen vreemd klinkende 'marktkramerstaal' met alle g's en sch's te overwinnen. En dan heb ik het nog niet over perfectionistische Hongaren of gemotiveeerde Roemenen, die elk woord ijverig noteren. Of over Iraanse dames die het Nederlands zoveel zachter uitspreken.

(bronvermelding)
Eens de cursisten op dreef zijn, kan je tot grappige ontdekkingen komen die gegarandeerd voor hilariteit in de klas zorgen. Zo stelde een Namibische cursiste me eens de volgende vraag: 'Hoe zeg je eigenlijk to fart in het Nederlands? Is dat gas geven?' Enkele Franse studenten merkten tijdens een les ook op dat statistiek culinair kan zijn: een taartdiagram is voor hen 'un camembert'.

Toegegeven, toen ik als neerlandica de beslissing nam om Nederlands aan anderstaligen te gaan geven, heb ik getwijfeld. Er zou weinig of geen literatuur aan te pas komen, dacht ik. Maar ik had het mis. Nog nooit heb ik zoveel verborgen verhalen in het Nederlands gehoord.


vrijdag 9 mei 2014

Onrust

De laatste dagen heb ik een beetje last van onrust in mijn hoofd. Misschien komt het door het herfstige weer, misschien ook niet.

De oorzaken van het piekeren zijn niet zo duidelijk definieerbaar. Op het werk gaat het me voor de wind, ik heb nog steeds mijn lieve vriend, er zijn geen echte problemen. En toch.

Een kleine troost: ook Rodin wist wat piekeren was. 
 Misschien komt het door mijn 'dingen voor dertig' lijstje. Hoewel er binnenkort een chocoladeworkshop lijkt aan te komen (hoera!), zijn er toch zaken die me zorgen baren. Elke dag overweeg ik om het boek waaraan ik schrijf in de prullenmand te gooien. Elke dag zoek ik op immo sites naar een huis. Elke dag probeer ik m'n Frans op peil te houden. Maar wanneer ik 's avonds ga slapen, heb ik het gevoel dat ik niet genoeg gedaan heb.

En dus word ik weer geconfronteerd met een oud zeer: perfectionisme. Ik ben boos op mezelf als ik een dvd in de klas vergeet, lastig wanneer een rauw stuk vlees op de keukenvloer petst, geagiteerd als ik een Franse spellingfout maak, teleurgesteld als ik een dag niets gelezen of geschreven heb.

Ik weet het. Loslaten is de enige oplossing. Niet vasthouden aan mijn lijstjes. Manuscripten en ideeën laten rusten tot aan de vakantie. Me niet focussen op de kleine dingen die fout gaan, maar op het grote verhaal dat eigenlijk wel goed zit. 


zondag 4 mei 2014

The Book Thief

Enkele jaren geleden hoorde ik al positieve geluiden over The Book Thief. De Nederlandse vertaling lag toen te blinken in de boekenwinkels. Maar zoals het altijd gaat met hypes, hink ik een beetje achterop. Meestal ontdek ik het boek in kwestie dan enkele jaartjes later, bijvoorbeeld als het verfilmd wordt.

Zo ook bij The Book Thief. Na de trailer was ik meteen verkocht. De geliefde en enkele vrienden werden opgetrommeld voor een avondje cinema. Maar ergens, op een luie woensdagnamiddag, kriebelde het toch om eerst nog gauw het boek te lezen. Dus ik sprong op de fiets en racete naar de bibliotheek voor het laatste uitleenbare exemplaar. Met een pil van meer dan 500 pagina's nestelde ik me in de zetel en las het boek op een dag uit.

De Boekendief is een boek over boeken. Het hoofdpersonage, de jonge Liesel, steelt en leest boeken om zo de ellende van de Tweede Wereldoorlog een beetje te vergeten. Haar moeder heeft haar afgestaan aan een pleeggezin, haar broertje is gestorven tijdens een treinrit en op haar nieuwe school is ze niet geliefd omdat ze niet kan lezen. Langzamerhand raakt ze echter gefascineerd door het geschreven woord, en leert haar pleegvader haar lezen. De kelder wordt getransformeerd tot een woordenkamer, waar Liesel moeilijke woorden op de muren schildert. In diezelfde kelder wordt ook een jood, Max, verborgen gehouden. Er ontstaat een mooie vriendschap tussen de twee. Max wordt, net als Liesel, getroost door boeken. Adolf Hitlers Mein Kampf wordt overschilderd, en samen creëren ze nieuwe verhalen. Desalniettemin loert de Dood, de verteller van De Boekendief, steeds om de hoek.

(bron)
Markus Zusak, de auteur van deze roman, is een Australiër met Duitse roots. Hij schreef dit boek op basis van de verhalen die zijn Duitse ouders hem vertelden. Met veel bescheidenheid vertelt hij tijdens zijn TED talk in Sydney dat hij zo'n succes nooit verwacht had. Hij heeft het ook over de problemen die hij ondervond bij het schrijven van dit boek. Schrijven is voor hem steeds weer falen, opnieuw beginnen. Het vertelperspectief van de Dood in The Book Thief heeft heel wat herschrijvingen met zich meegebracht. Het succes van The Book Thief werkt ook verlammend. Zo laat zijn volgende boek al geruime tijd op zich wachten.

Markus Zusak (bron foto)
Toch lijkt dit laatste voor mij slechts een luxeprobleem. Met een dergelijke roman als The Book Thief mag je best trots zijn op jezelf, ook al zit de inspiratie daarna wat vast. Als ik ooit een jeugdboek zou kunnen schrijven dat nog maar in de buurt komt van De Boekendief, zou ik in de zevende hemel zijn. Aan de ene kant is het een vlot lezend jeugdboek, maar aan de andere kant is het ook een literaire roman voor volwassenen. Knap dat Zusak het evenwicht heeft kunnen vinden tussen alles wat ik waardeer aan een goed boek.