donderdag 31 juli 2014

Op zoek naar buitenlandse bibliotheken

Ik denk dat het begonnen is in New York. Mijn fascinatie voor buitenlandse bibliotheken. Sindsdien probeer ik tijdens elke stedentrip een bibliotheek te bezoeken. Een overzicht.

The New York Public Library

Eerst had ik me vergist. Ik was zomaar een bibliotheek binnengewandeld, in de veronderstelling dat het de bieb zou zijn uit de films. Niet dus. Het was een ordinaire stadsbibliotheek, zonder leeuwen, zonder inspirerende leeszalen. Een aantal minuten later zag ik mijn vergissing in, toen we voor dit imposante gebouw kwamen te staan. De verwondering kon beginnen.





De Zwarte Diamant in Kopenhagen

Gigantische, moderne bibliotheek met een café en meerdere leeszalen. Het nieuwe gedeelte van de Koninklijke Bibliotheek, de grootste bibliotheek van Noord-Europa. Met een bootje vaar je er zo langs.



De Koninklijke Bibliotheek in Stockholm

Stockholm
Mooi gebouw, maar we zijn er niet echt binnen geweest. Als je echt een mooie bieb wil zien in Zweden, ga je beter naar de Carolina Rediviva, de universiteitsbibliotheek van Uppsala. Daar bevindt zich ook de Codex Argenteus, de Gotische Bijbelvertaling van bisschop Wulfila. Dit is het oudste document in de Germaanse taal! Herinneringen aan een enthousiaste prof die hierover vertelde, kwamen spontaan naar boven.

Uppsala


Het Clementinum, de Nationale Tsjechische Bibliotheek in Praag

Eigenlijk bezocht ik deze prachtige bibliotheek voor New York, samen met een vriendin. Aangezien je binnen geen foto's mag nemen, heb ik toen enkele ansichtkaarten gekocht.
Het Clementinum (bron)
  
De Nationale Bibliotheek van Oostenrijk in Wenen

Uiteraard mocht dit tijdens onze recentste citytrip niet ontbreken! Je kon er ook het Globe Museum (met van die prachtige wereldbollen dus) bezoeken en het Esperantomuseum.



Hoewel ik al meerdere keren naar Londen en Parijs ben geweest, heb ik de nationale bibliotheken daar nog niet bezocht. Shame on me. Ook The Bodleian Library in Oxford staat nog op mijn wishlist. Misschien een ideetje voor een volgende citytrip...

Welke bibliotheken inspireren jou het meest?

zaterdag 26 juli 2014

Flaneren in Wenen

Toen we in december onze citytrip naar Wenen boekten, had ik me de stad als een winterstad voorgesteld. Met gezellige koffiehuizen waar de mensen iets te dicht opeengepakt en in zichzelf gekeerd van hun koffie slurpen. Waar prinsen en prinsessen met hun fiakers door de sneeuw naar de opera rijden. Oké, ik was nog danig onder de invloed van de oude Sissi-films met Romy Schneider en het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker (dat gretig door oma's en stiekem ook mezelve bekeken wordt).
Minder romantisch: voor een uur betaal je al snel 95euro

Wenen is een romantische stad. Maar je mag niet overdrijven met clichés. Daarom was het handig dat ik de reisgids '100x Wenen' van de expat Evelyn Laureyns (u ziet haar hier aan het werk) ter mijn beschikking had. Zij stelt als Belgische het beeld over Wenen wat bij, zonder echter voorbij te gaan aan het klassieke Wenen. Wat ik zo kon appreciëren aan haar boek, was dat ze veel bezienswaardigheden met een literaire invalshoek besprak. Zo leerde ik dat John Irving zich liet inspireren door de dierentuin in Schönbrunn bij het schrijven van zijn debuutroman Setting free the bears. Ook over de bekende Stephansdom had ze een interessante legende te vertellen. Het levert mooie verhalen op, die je met plezier navertelt.

Schönbrunn
de Stephansdom
Wenen beleef je ook met je oren. Op het vliegtuig hoorden we een Weense wals als achtergrondmuziek, verkleede Mozartmannetjes in de binnenstad leuren de hele tijd met operavoorstellingen en concerten. Ook straatmuzikanten laten van zich horen. Zelfs tijdens het ontbijt hoorden we soms de Radetzkymars. Dus lieten we ons af en toe meeslepen op de tonen van de klassieke muziek, in die mate dat we in het Kursalon naar een kamerconcert (van Salonorchester Alt Wien) gingen luisteren, met muziek van Strauss en Mozart. Een aanrader! Verder bezochten we de Weense Staatsopera, waar we een goede rondleiding kregen. En wie ook de ogen openhoudt, botst op tal van monumenten van bekende componisten.

het Kursalon
standbeeld van Strauss in het Stadtpark
Staatsopera (binnen)
Staatsopera (buiten)
Mozart, vlak bij het Kunsthistorisch Museum
En het 'literaire' Wenen dan? Daar heb ik in mindere mate van geproefd deze keer. Maar ons hotel lag wel niet ver van het Café Central, waar veel schrijvers zoals Kafka hun koffie dronken. Een bezoek aan de Nationale Bibliotheek mocht uiteraard ook niet ontbreken. Wist je trouwens dat keizerin Elisabeth, 'Sissi' dus, ook van literatuur hield? Ze had meerdere foto's van Heinrich Heine in haar Keizerlijke Appartementen hangen en liet zich tijdens het kappen voorlezen uit het werk van Homerus (in het Grieks, jawel). Zelf schreef ze ook gedichten en brieven, die door huidige literatuurkenners als minder kwalitatief bestempeld worden.
Café Central
de Nationale Bibliotheek
de Hofburg, met de appartementen van Sissi
Sissi-monument in de Volksgarten
Nog enkele aanraders voor de kunstliefhebbers: het Kunsthistorisch Museum, waar je geïmponeerd raakt door de grote collectie schilderijen van Pieter Bruegel de Oudere. Altijd een beetje onrechtvaardig dat onze grootmeesters elders roem oogsten, maar goed. Je loopt er al snel enkele uurtjes rond. Wie meer houdt van recentere kunst (19e, 20e en 21e eeuw), moet zeker een bezoekje brengen aan het Belvedere (met 'De kus' van Klimt) of de Albertina (Monet, Picasso, you name it). Aan schilderijen geen gebrek. Ook altijd fijn dat ze in zo'n mooi kader terug te vinden zijn!

Het Kunsthistorisch Museum

het Obere Belvedere (met Klimt binnenin)

Ik weet het, dit reisverslag zet toch vooral het 'klassieke' Wenen in the picture. Het zij zo. Toch is Wenen ook een bruisende, moderne stad. Aan het Rathaus kwamen we terecht in het Weense filmfestival: een groot scherm, palmbomen, terrasjes, eetkraampjes... even waande ik me op de Gentse Feesten. De sfeer was er fantastisch. Ook in de binnenstad is er voortdurend beweging in de mooie winkelstraten (Graben, Landstrasse).
Filmfestival aan het Rathaus
Een drukke winkelstraat: de Graben
Afsluiten doe ik alweer met een klassieker: een stukje Sacher Torte van Hotel Sacher. Smakelijk!


dinsdag 15 juli 2014

Uitgelezen: 'Een koffer vol verhalen' van Uitgeverij Marmer

Mijn romantische schrijverschap, dat voor mijn vijfentwintigste moest bloeien én ten onder gaan, want ik had me voorgenomen om op mijn vijfentwintigste te sterven, diende nu eindelijk eens definitief vorm te krijgen. Het moest maar eens afgelopen zijn met dat losse geschrijf. Mijn eerste meesterwerk, dat in mij groeide, zoals een baby groeit in de buik van de moeder, ging eindelijk geboren worden. Dat kon makkelijk in twee weken, want ik zag het hele geschrift als het ware voor me. Het wás er al, het hoefde alleen nog maar opgeschreven te worden.
Chrétien Breukers, 'Mijn eerste reis'
in: Een koffer vol verhalen, p.35-36
Uitgeverij Marmer

Mijn recensie voor Cutting Edge lees je hier

dinsdag 8 juli 2014

Uitgelezen: 'De boekhandelaar' van Chris Ceustermans

Ik staarde naar de stapeltjes boeken op de grond en de onbeholpen in elkaar getimmerde rekken. Ik dacht aan alle moeite die ze had gedaan om ooit met haar boekje in zo'n stapel papier terecht te komen waarin niemand nog was geïnteresseerd. Zouden die paar centimeter papier verschil maken? [...] Ik zag haar weer voor me met de wallen onder haar ogen en de schichtige blik die naar iets op zoek was wat haar ogen niet leken te kunnen vangen.
Chris Ceustermans
De boekhandelaar (2014)
p.88

Mijn uitgebreide recensie lees je op de site van Cutting Edge

maandag 7 juli 2014

Een culturo zijn, wat is dat?

Het was in de debuutroman van Chris Ceustermans, De boekhandelaar (een recensie volgt!) dat ik het woord voor het eerst las. En zowaar enkele uren daarna hoorde ik het nog eens, in God in Frankrijk - De Groote Oorlog hoorde ik Karl Vannieuwkerke het zeggen over een wielrenner die artikels schreef. Culturo. Het woord prikkelde me meteen, want het klonk herkenbaar en een tikkeltje negatief.

Toen ik woord googelde, kwam ik op de site van de taaltelefoon terecht. Die gaf me de volgende definitie:
Het woord culturo duikt de laatste tijd geregeld op in de dagbladen. Soms is het een neutrale aanduiding voor cultuurconsumenten en cultuurliefhebbers in het algemeen, zoals theater- en bioscoopbezoekers. Vaak heeft het een negatieve bijklank en is het een spottende aanduiding voor trendy cultuursnobs die hun neus ophalen voor massacultuur. Zoals wel meer afgeleide persoonsaanduidingen die eindigen op -o – denk aan lesbo, positivo, slimbo, schizo en vego – heeft culturo een informeel en spreektalig karakter.
24 november 2003 (http://taaltelefoon.vlaanderen.be/nlapps/docs/default.asp?id=132)
Net wat ik dacht. Een andere site leerde me dan weer dat culturo vooral in Vlaanderen gebruikt wordt. Staat men in Vlaanderen dan minder open voor cultuurliefhebbers dan in Nederland? Dat wil ik liever in het midden laten. Alleen vind ik het jammer dat het woord een spottende bijklank heeft. Terwijl ik het woord 'cultuur' toch altijd met positieve dingen associeer. Tijdens het vak Latijn was het zelfs m'n favoriete onderdeel van de les. Maar dat komt uiteraard omdat ik zelf een culturo ben. Of wat had u gedacht?

Ten eerste is er mijn favoriete hobby: lezen en alles wat daarbij hoort. Praten over lezen. Schrijven over boeken. Luisteren naar auteurs. Boeken laten signeren. Discussiëren. Ik doe niets liever. Maar goed, een boekenwurm zijn impliceert nog niet meteen dat ik een culturo ben.

De echte culturo in mij komt pas naar boven als ik op reis ga. Citytrips dan nog wel, waar ik op zoek ga naar musea, schrijvershuizen en culturele hotspots. Ik haal mijn hart op bij het zien van mooie schilderijen en authentieke gebouwen. En ja, ik noteer ook mijn reisindrukken en cultuurbelevenissen in een klein zwart boekje (check mijn profielfoto). Toch is het geen Moleskine (ha!). Wel een soortgelijk boekje uit De Slegte/Polare (en hierdoor ben ik toch weer een culturo).

Culturofoto in Oslo

Een bioscoopbezoeker ben ik ook. Hoewel, dat is al serieus verminderd sinds ik werk. In mijn studententijd waren er soms periodes waarin ik elk weekend naar een film ging kijken (vaak dan nog Franse films). Tijdens mijn Erasmusperiode had ik zelfs een abonnement voor de faculteitscinema. Culturo? Absoluut.

Maar op het gebied van theater faal ik. In Praag ging ik eens met een vriendin naar een postmoderne theatervoorstelling kijken. Ik had speciaal mijn galajurk aangetrokken, waardoor ik compleet uit de toon viel. In het begin probeerde ik nog te volgen, maar even daarna was ik helemaal afgeleid. Het kon me niet boeien. Ook in België heb ik mindere ervaringen met theater. Zo zag ik eens een voorstelling van de toneelgroep Skagen. Het scenario herhaalde zich: mijn gedachten dwaalden af en achteraf kon ik geen zinnig woord zeggen over het stuk. Een culturo, snobistisch? Niet dus.

Culturo zijn is relatief. Het hoeft ook niet negatief te zijn, integendeel. We zijn allemaal een beetje een culturo. En dat is maar goed ook.

vrijdag 4 juli 2014

Hoe ik deze week wel aan lezen maar niet aan schrijven toe kwam

Ik had het in een vorige blogpost al aangekondigd: ik moest en zou deze vakantie dringend wat leesachterstand inhalen. Nochtans begon de vakantie niet met lezen, wel met enkele feestjes. Allereerst was er een heel leuk personeelsfeest op het werk en de dag erna was er een speelpleinreünie/BBQ die ook wel wat van een feestje weghad. Zodoende. 

Daarna vertrok de geliefde naar Londen. Tijd genoeg dus om me onderuit te laten zakken en wat bij te lezen. Maar mijn verse kop koffie op maandagochtend smaakte me niet. Teleurgesteld goot ik 'm in de gootsteen. Wat volgde, was gerommel en geknetter in mijn buik. En talrijke bezoekjes naar de wc. Ik bespaar u de details.

Toen ik daarvan bekomen was, kon ik eindelijk wat lezen. Ik las Kleine mechanieken van Philippe Claudel en enkele dichtbundels. En in het weekend had ik al Inmiddels op aarde, de recentste roman van Paul Verhuyck, gelezen. Overigens een aanrader als je van nostalgisch, literair bevlogen proza houdt. Het verhaal deed me denken aan de film Dead Poets Society, wat voor mij altijd een goede referentie is. Afijn. Het is me dus gelukt om ongeveer de helft van deze boekentafel te lezen.


En schrijven? Stiekem had ik me voorgenomen om nu eindelijk eens verder te werken aan mijn jeugdboek, dat toch al wat vorm aangenomen had. Maar helaas. Ik heb intussen genoeg excuses verzonnen waarom ik er nog geen tijd voor heb gehad:

1. Er was voetbal. Belgisch voetbal dan nog wel. Ik ben normaal niet zo'n voetbalfreak, maar ik raak dit jaar willens nillens meegesleept door de voetbalgekte. En eigenlijk ben ik ook best wel trots op onze Belgische rakkers in Brazilië. De Belgische driekleur kan me trouwens ook charmeren. 


2. Ik heb Twitter ontdekt! O ja, het is heel verleidelijk om honderd mensen te gaan volgen, interessante tweets met bijhorende foto's te verzinnen en bekende mensen te stalken. Ik werd zelfs geretweet door Ann De Craemer. Woop woop. Allemaal zeer vermakelijk, maar je kan zo'n "twietje" toch amper met het echte schrijven vergelijken. Waarmee ik niet wil zeggen dat u me niet mag volgen.

3. Er was wat huishoudelijk werk te doen. Zeker na mijn misselijkmakende maandag. Bovendien heb ik bloemzaden verzameld om te zaaien in onze nieuwe tuin binnenkort. Cultivez votre jardin, aldus Voltaire. Missie volbracht.

4. Er werd druk contact gehouden met de geliefde, die het niet kon laten om me via WhatsApp af en toe een jaloersmakende foto te sturen van het zonnige Londen. 


5. Twijfels. Altijd maar twijfels. Als je zoveel goede literatuur gelezen en besproken hebt, voelt het toch raar om zelf iets populairs/ kinderlijks te schrijven. Ik zou een radicale ommezwaai kunnen gaan maken en de highbrow literature gaan uitspuwen (zoals men hier doet), maar dat kan ik niet. Mulisch, Hermans, Boon, Multatuli, Flaubert, Stendhal, Camus... ze hebben me gemaakt tot wie ik ben. Daar kan ik alleen maar een diepe buiging voor maken. Tegelijkertijd moet ik ook beseffen dat ik zelf een andere weg insla. Het wordt hoog tijd om de twijfels te laten vliegen. 

(bron foto)


Uitgelezen: 'Kleine mechanieken' van Philippe Claudel

(bron foto)
'Als hij een woord ontdekte dat hij nog nooit was tegengekomen, begon hij over zijn hele lichaam te trillen en kon hij onmogelijk op zijn plaats blijven of zijn vreugde verbergen: dan moest hij maken dat hij wegkwam uit de studiezalen of de burelen van de boekverhuurders om zich op te sluiten op de eerste veilige plek die hij vond, waar hij, alleen met zijn woord, ten volle kon genieten van het voor de eerste keer hardop uitspreken ervan, om het in zijn oor te laten klinken en de streling te voelen van dat onstoffelijke, vluchtige lichaam.'
'Quand il découvrait un mot qu'il n'avait encore jamais rencontré, tout son corps tremblotait et il ne pouvait rester en place, ni même cacher sa joie: il lui fallait sortir au plus vite des salles de travail ou de l'officine des loueurs de livres pour s'enfermer dans le premier endroit sûr où il pouvait alors, seul avec le mot, prendre la pleine mesure de son plaisir en le prononçant à haute voix, pour la première fois, en le faisant sonner à ses oreilles afin de ressentir la caresse de ce corps impalpable et volatil.' 
Philippe Claudel, vert. Manik Sarkar,
Kleine mechanieken
p.138-139 
Les petites mécaniques
p.134-135

Mijn  recensie voor Cutting Edge lees je hier.