zondag 16 oktober 2016

Schrijftips van Jonathan Safran Foer

Op donderdagavond 13 oktober was de Amerikaanse topauteur Jonathan Safran Foer te gast in de Gentse Vooruit. Mijn ticket was al maanden tevoren geboekt. Terecht, zo bleek, want de lezing was in een mum van tijd uitverkocht. Annelies Beck interviewde hem over zijn nieuwste boek Here I Am en over het schrijven in het algemeen. Het 720-koppige publiek luisterde stil en genoot van deze grappige, intelligente en bescheiden schrijver. En ik probeerde zoveel mogelijk schrijftips te onthouden.


Tip 1: 'There was a dinosaur at the back of his t-shirt'
Inspiratie is een gek beestje. Toen Foer tijdens het ontbijt aan zijn zoon vroeg om vijf soorten dinosaurussen op te noemen (dit soort spelletjes doet hij vaak met zijn kinderen), vroeg zijn zoon of hij die vraag stelde omdat er een dinosaurus op de rug van zijn t-shirt stond. Foer ontkende, want hij had de dino niet gezien. Maar uiteraard wist hij dat hij de dinosaurus onbewust wel gezien moest hebben. Zo werkt inspiratie soms het best: onbewust.

Tip 2: 'The bird is not an ornithologist'
Foer krijgt vaak vragen over het schrijverschap. Hoe voelt het? Hoe heeft nagedacht over de stijl, het plot, etc.? Maar de waarheid is dat hij tijdens het schrijven geen rekening houdt met dergelijke vragen. Hij probeert niet na te denken over vragen als 'Is dit interessant, grappig, slim, saai? Is dit goed?'. Hij schrijft gewoon, zonder zichzelf te analyseren.  De schrijver is geen schrijfexpert, zoals een vogel geen ornitholoog is.

Tip 3: 'I have two files'
Hoewel Foer de indruk wekte dat hij vrij ongeremd was tijdens het schrijven, ontkende hij niet dat het hard werken is. Tijdens het schrijven heeft hij twee bestanden open staan: eentje met de naam novel en de ander bestand waar hij onbruikbare dingen in noteert (dat op termijn de naam vast krijgt, omdat het groter wordt dan de roman). Het is geen schande om dingen naar de prullenmand te verwijzen. Ook heeft hij 's avonds in bed, net voor het moment dat hij in slaap gaat vallen, vaak een geniaal idee. Dan staat hij op om het te noteren. Negen van de tien keer blijkt zo'n idee toch niet zo geniaal te zijn. Maar da's niet erg.

Jonathan Safran Foer heeft ongetwijfeld nog meer tips gegeven die me intussen al ontglipt zijn, maar deze prikkelden me het meest. Tegelijk heb ik ook heel veel zin gekregen om Hier ben ik te lezen.

Een bomvolle zaal in de Vooruit. Wie kan ons vinden?

zondag 9 oktober 2016

Een interview met Eveline Vanhaverbeke

Enkele jaren geleden googelde ik eens, tijdens mijn eeuwige zoektocht naar nieuwe lectuur, de woorden "auteur" en "leerkracht". Zo kwam ik op de site van Eveline Vanhaverbeke terecht. Een docente Frans uit West-Vlaanderen met een voorliefde voor historische en spannende romans. Terwijl ze in De verborgen prelude (2013) de lezer nog op zoek liet gaan naar een muziekstuk van Chopin, gaat ze in haar meest recente roman Vergeten dagen (2015) veeleer de psychologische toer op. Een trauma uit het verleden houdt een heel dorp in de ban.

Maar wie is Eveline Vanhaverbeke eigenlijk? We vonden het hoog tijd om haar eens aan het woord te laten.



Wie zijn je literaire voorbeelden?
Literaire voorbeelden onder de vorm van favoriete auteurs heb ik niet. Wel heb ik door de jaren heen boeken gelezen waarvan ik dacht: Ik wilde dat ik dit boek had geschreven. Boeken waarvan ik ondersteboven was. Zo zijn er enkele romans die ik elk jaar herlees omdat ik er blijf van genieten. Door de jaren heen heb ik echter geleerd dat ik niet zomaar mag aannemen dat een geniaal boek noodzakelijk betekent dat ik elk boek van die bewuste auteur ook goed zal vinden. Het is me vroeger al te vaak overkomen dat ik na het lezen van een meesterwerk zonder nadenken een volgend boek van diezelfde auteur ging kopen. En dan viel de leeservaring soms tegen.

Heb je schrijfrituelen? Welke?

Aangezien schrijven niet mijn hoofdberoep is, moet ik het doen tijdens gestolen momenten. Ik heb een veeleisende job en een gezin met drie kinderen. Het komt erop aan zo efficiënt mogelijk mijn tijd in te delen zodat er hier en daar eens een uurtje of een half uurtje vrijkomt om te schrijven. Ik heb dan ook geen vaste rituelen die me kunnen leiden aangezien de structuur ontbreekt. Ik ga gewoon zitten, sla mijn laptop open, herlees de pagina’s die min of meer afgewerkt zijn en ga daarna verder.

Welke karaktertrekken van jezelf zijn terug te vinden in de personages uit Vergeten dagen?

Er zit heel wat van mezelf in de hoofdpersonages uit Vergeten dagen. Dat heb ik zelf pas ontdekt toen ik het boek af had. Ik was me er tijdens het schrijven niet van bewust. Toch kan ik niet zomaar onder woorden brengen over welke kenmerken het precies gaat. Het zijn deeltjes van mijn karakter, fragmenten uit eigen ervaringen en flitsen van overtuigingen die verwerkt zitten in de persoonlijkheden van mijn personages, maar geen enkel personage valt compleet samen met wie ik zelf ben.

In mijn recensie vergeleek ik Vergeten dagen met Les âmes grises (Grijze zielen) van Philippe Claudel. Een terechte vergelijking volgens jou?

Toen ik de bewuste recensie las, moest ik in elk geval wel glimlachen. Ik had het verhaal uit Les âmes grises namelijk wel degelijk in gedachten toen ik de plot van Vergeten dagen uitgewerkt heb. De roman is een soort vertrekpunt geweest voor mijn inspiratie. Zowel de opbouw van de plot, de vertelstijl als de inhoud van Vergeten dagen zijn uiteindelijk erg verschillend van die van Les âmes grises, maar blijkbaar heb jij op de een of andere manier aangevoeld welke bron me initieel gevoed heeft.

Hoe zie je jezelf evolueren als auteur?

Eigenlijk heb ik zelf geen idee waar ik zal uitkomen in mijn carrière als auteur. Ik ben begonnen met het schrijven van twee gelijkaardige historische romans. Daarna had ik ineens geen zin meer om de historische toer op te gaan en koos ik voor een hedendaagse spannende psychologische roman. Nu ben ik aan het werken aan een roman die nog meer de psychologische kant uit gaat, zonder het spanningselement. Dit soort verhaal is wat ik op dit moment het liefste schrijf, maar ik besef dat ik binnen enkele jaren misschien zal beslissen om weer iets totaal anders te gaan doen. Een auteur moet in de eerste plaats het boek schrijven dat hij zelf graag zou lezen. Als lezer ben ik geëvolueerd. De auteur in mij is gevolgd.

Welk advies zou je geven aan iedereen die een schrijfdroom achterna jaagt?

Ik zou zeggen: Ga ervoor. Probeer het in elk geval. Denk niet zomaar dat het toch nooit zal lukken. De kans dat je opgepikt wordt door een uitgever is inderdaad klein. Daar moet je realistisch in zijn. Er wordt gezegd dat 1 op de 100 manuscripten uitgegeven wordt. Volgens sommigen is het zelfs nog een pak minder. Dat is weinig, maar als je je daardoor laat ontmoedigen, dan zul je nooit weten of het je misschien toch gelukt was. Laat je ook niet ontmoedigen door de afwijzing van je eerste manuscript. Begin opnieuw en probeer het een tweede keer. Veel grote schrijvers werden ook eerst afgewezen. Doorzetten is dus de boodschap want schrijven is een vaardigheid die net zoals andere vaardigheden ingeoefend moet worden. Talent is de basis van waaruit je kunt vertrekken, maar daarna komt het erop aan dat je oefent, elke dag, om langzaam beter te worden.
 
Bedankt voor dit interview, Eveline!



vrijdag 7 oktober 2016

Pennenstreek


Het was zomer en ik was dertien jaar. Met blote voeten liep ik over het kiezelstrand. Het was opletten geblazen voor glasscherven van achtergelaten bierflesjes. Die kwamen vast en zeker van de oudere jongens die ik op de camping gezien had. Met hun blote bovenlijven, harde muziek en zelf gerolde sigaretten waren ze alles waar ik nog niet te veel van afwist.

Een meisje zoals Roswitha kon het veel beter aan boord leggen. In een rafelige jeansshort die net tot onder haar billen kwam, liep ze hen altijd paraderend voorbij. Soms boden ze haar een drankje aan, soms een ritje naar de duinen. Ik had geen idee wat ze daar deden. Roswitha zei er ook nooit iets over, behalve dan dat ik het niet aan mama en papa mocht vertellen. Alsof het onze ouders iets kon schelen. Vader lag hele dagen te suffen onder zijn krant, terwijl moeder vanachter de gordijnen van onze stacaravan nauwlettend de andere kampeerders in de gaten hield. Zij zou, zoals elke keer, de enige zijn die even bleek als voor de vakantie naar huis zou gaan.

Ik bracht mijn dagen door met Kafka. Onze grote witte hond die als één brok snoezigheid door de camping stuiterde. Hij maakte het me aanzienlijk makkelijker om met andere meisjes in contact te komen. Kafka genoot van zoveel aandacht. Stiekem was ik een beetje jaloers op hem. Hoe simpel kan het leven zijn, als je je alleen maar zorgen hoefde te maken over hondenbrokken en wandelingetjes. 

Ik hield halt boven de klif. De kiezels prikten, net zoals mijn ogen. Moeizaam liet ik de dode Kafka uit mijn handen glijden, de zee in. Roswitha legde haar hand op mijn schouder, haalde haar neus op. 
'Gaat hij nu wegdrijven naar de hemel?' vroeg ik.
'Het belangrijkste is dat hij daar beneden in orde is,' antwoordde Roswitha en aan haar stem hoorde ik dat ze weer glimlachte.

De eerste en de laatste zin zijn niet van mij, ze komen uit het jeugdboek 'Het ijskoude paradijs' van Jana Frey. Sinds kort maak ik schrijfoefeningen met twee vrienden. De opdracht was om een boek open te slaan, een beginzin van een hoofdstuk en een slotzin van een ander hoofdstuk over te schrijven en een verhaal te verzinnen tussen deze twee zinnen. 

In de laatste zin paste ik toch 1 woordje aan. 
Wie voelt zich geroepen om dit ook eens uit te proberen? Een beetje vals spelen mag...

zaterdag 1 oktober 2016

La dame aux camélias

Het is intussen al oktober - toch las ik dit boek grotendeels in september. Niet in één keer zoals ik gehoopt had, maar in stukjes. 



La dame aux camélias (1848) van Alexandre Dumas fils is een negentiende-eeuwse klassieker die verrassend vlot leest. Dat komt vooral door de spitsvondige dialogen, de snel opeenvolgende acties en de brieven die afgewisseld worden met het verhaal.

De roman begint met de dood van Marguerite Gauthier, een bekende Parijse courtisane. Iedereen kende haar en tegelijk lijkt niemand om haar te geven. Haar torenhoge schulden zorgen ervoor dat na haar dood al haar luxegoederen te koop staan. De Parijse beau monde verlustigt zich aan zoveel openbaarheid: iedereen neemt een kijkje in haar appartement, iedereen wil weten hoe ze leefde. 

Ook een naamloze verteller struint rond in het appartement. Tijdens zijn bezoek ontmoet hij Armand Duval, een jongeman die beweert dat hij de enige was die werkelijk van Marguerite hield. Hij blijft ontroostbaar achter en vertelt ons zijn liefdesgeschiedenis met Marguerite, die hij heeft leren kennen in de opera als "de dame met de camelia's". Witte bloemen als ze beschikbaar was, rode wanneer ze onwel (versta: ongesteld) was.

De roman geeft een boeiende inkijk in de Parijse bourgeoisie en het nachtleven van toen. Een wereld van hypocrisie, geldproblemen, gokken, ziekte en lust die een anderhalve eeuw later nog steeds herkenbaar is. Tegelijkertijd wil Dumas de lezer een lesje leren, namelijk dat goedheid en liefde ook bij een prostituee gevonden kunnen worden. Het oppervlakkige beeld van Marguerite krijgt steeds meer diepgang. Ze wordt geleidelijk aan une courtisane au grand coeur. De naïviteit van de verliefde Armand blijkt uiteindelijk een rotsvast geloof in de puurheid van de mens te zijn.

Op Wikipedia staat dat Dumas' roman autobiografisch is: het verhaal zou gebaseerd zijn op zijn relatie met Marie Duplessis. In hoeverre dat klopt kan een lezer uiteraard nooit achterhalen, maar het levert in ieder geval wel een doorleefd verhaal op. Geen wonder dat Verdi er met La traviata ook een opera van maakte.

La dame aux camélias kan je trouwens gratis downloaden via Tv5Monde. Er bestaat ook een Nederlandse vertaling bij uitgeverij Aspekt.



P.S.: Lees hier en hier welke Franse boeken Jannie en Marloes lazen in september!